Ode aan Dubbelstad – de eerste Joost Zwagerman Lezing in Alkmaar

Op 18 november 2018 was het precies 55 jaar geleden dat Zwagerman in Alkmaar werd geboren; de grote zaal van TAQA Theater de Vest zat op dat moment vol voor de eerste Joost Zwagerman Lezing en ook Shuffle was hier bij aanwezig. Dit jaarlijkse event zal het enthousiasme van de schrijver voor kunst, geschiedenis en literatuur levend houden. Niemand minder dan professor Simon Schama nam de eerste lezing voor zijn rekening. Ook werd de Joost Zwagerman Essayprijs van maar liefst 7.500 euro uitgereikt. De avond zat vol bevlogenheid, kunst, kritiek en verzoening met “dubbelstad” Alkmaar. Een verslag over deze bijzondere avond mocht daarom niet uitblijven. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

Tekst: Lonneke van Heugten

Foto header: Keke Keukelaar

Dubbelstad

Zwagerman woonde tot zijn 21ste in Alkmaar. Met name in zijn romans ‘Vals Licht’ en ‘De Buitenvrouw’ voert hij de stad op als decor, hij werd de eerste stadsdichter, maar uitte ook wel eens zijn “kritische liefde.” Bij aanvang van de avond wordt verteld dat dat hem niet in dank afgenomen werd.

Na lezing van zijn Van Foreestlezing ‘Tussen Droom en Daad in Dubbelstad’ uit 2004, begrijp ik de omstredenheid. Hij legde de vinger op de zere plek dat Alkmaar niet bepaald opviel tussen schrijversstad Haarlem en schrijversdorp Bergen. Hij noemt wel dichter Maria Tesselschade (geb. 1594), maar noemt haar een “dochter van een dichter” (gelukkig is zij recent met een tentoonstelling en een buste geëerd), en Geertruida Bosboom Toussaint (geb. 1812) “een van de populairste schrijvers” uit de negentiende eeuw, maar concludeert dat Alkmaar in de twintigste eeuw literair “schraal” is.

Op het eind van dit artikel kom ik hierop terug, want ik zie in de Joost Zwagerman Lezing een verzoening met onze dubbelstad.

De waarde van het essay

Iedere beginnende schrijver kan meedingen naar de Joost Zwagerman Essayprijs, georganiseerd door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en de Van Bijlevelt Stichting. Als je essays nog niet in boekvorm zijn gepubliceerd en je nog geen vaste baan hebt in het schrijflandschap, kun je meedoen. Het essay is zeker geen afgeschreven genre, want de initiatiefnemers, Aleid Truijens en Barbara van der Pol, ontvingen maar liefst 185 essays uiteenlopend van autobiografische vertellingen tot kunstbeschouwingen en essays over de vluchtigheid van moderne communicatie.

“Wat als gebeurtenissen die door een enorme afstand in de tijd gescheiden worden, ineens duizelingwekkend dicht bij elkaar liggen?” schrijft Jilt Jorritsma in zijn essay ‘Onthoofd’.De lezer krijgt de vrijheid om zelf verbanden te leggen tussen 9/11, Rodin en kwantummechanica in een bespiegeling over ons voorstellingsvermogen van ruimte en tijd. Hij gaat er met de prijs vandoor. Jorritsma ziet het als een opstapje naar het schrijverschap, want wanneer ik hem na afloop aanspreek, vertelt hij: “Vanavond hoorde ik dat Zwagerman historicus had willen zijn; ik ben historicus en probeer daar juist van weg te komen.”

Tip: De 7 genomineerde essays lees je in dit gratis e-book (pdf).

Jilt Jorritsma. Foto door Lonneke van Heugten

Leren dubbelzien

Zwagerman was een bewonderaar van historicus Simon Schama’s tv-programma’s en boeken. Schama’s bekendste boek in Nederland is ‘Overvloed en Onbehagen’ uit 1988, over de Gouden Eeuw en de invloed van de natuurlijke en culturele omgeving op het karakter van de Nederlanders. Zwagerman bezat, volgens goede vriendin Jessica Durlacher, de kunst van het vrijgevig zijn met zijn kennis. Ook Schama brengt graag zijn publiek in contact met het kunstwerk om er dan in die nabijheid iets aan toevoegen: “Je moet niet te amicaal zijn – dat is creepy – en niet te autoritair, want dan voelt het als huiswerk.”

Hij vertelt dat er drie urgente wereldproblemen zijn die steeds weer catastrofes zullen veroorzaken – tenzij we er iets aan doen, natuurlijk. Ten eerste de onbewoonbaarheid van de planeet, ten tweede de afstand tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’ en ten derde het onderscheid tussen degenen die graag mensen om zich heen hebben die op hen lijken en degenen die zich liever omgeven met mensen die juist anders zijn. Kan kunst iets betekenen in deze enorme problemen?

Als meesterlijk verhalenverteller dist Schama uit het blote hoofd feiten en verbanden op die net een ander perspectief geven op een kunstwerk. Bijvoorbeeld het werk ‘Law of the Journey’ van Ai Weiwei in Praag. Een enorm opblaasbaar vlot met rijen mensen hangt in de lucht alsof het op een golf omhoog rijst. Het doet hem denken aan het Chinese Terracottaleger, maar terwijl daar juist de individuele kenmerken van iedere soldaat in klei zijn gevangen, zijn deze figuren onherkenbaar en van kwetsbaar zwart plastic.

Het verwijst naar de vele naamlozen die de laatste jaren zijn verdronken tijdens hun vlucht naar Europa. Later kwam Schama erachter dat de plek van de Nationale Galerie in Praag in de Tweede Wereldoorlog was gebruikt om de Joden te verzamelen voor hun deportatie naar Theresienstadt. Ai Weiwei’s kunstwerk verbindt zo verschillende geschiedenissen van onmenselijke vormen van transport.

De Guernica van Pablo Picasso is een van de bekendste voorbeelden van politieke kunst. Picasso schilderde het toen hij in Parijs woonde en zijn moeder en zus in Barcelona, waar het niet onmogelijk was dat een soortgelijk bombardement door Franco kon plaatsvinden.

Een kunstenaar kan door een verandering in omstandigheden, een ontmoeting met een andere kunstenaar of schrijver politiek activistisch worden. Ook een kunstwerk zelf kan ineens politieke kracht krijgen. Juist doordat Het Vlot van Medusa van Théodore Géricault in Engeland werd getoond in een tijd van politieke onrust, werd het doek een kritische hit. Zo’n kunstwerk noemt Schama een spektakel: dat je de ruimte inloopt en in een krachtenveld wordt gezogen.

Zelf is hij niet onder de indruk van de duur verkopende werken van El Greco of Hockney. Hij weet ook niet precies waarom het ene kunstwerk een schicht van energie opwekt, terwijl het andere wordt bedolven onder de context. Hij verontschuldigt zich hierover in het nagesprek met natuurkundige Robbert Dijkgraaf: “Je hebt maar één leven! Jij weet weer veel van snaartheorie.”

Dat kijken zoveel liefs vermag

Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.

=Achter de piano zingt Maartje Meijer dit gedicht van Zwagerman. Ik voel kippenvel bij het besef dat er in de zaal mensen zitten die de schrijver, die in 2015 door zelfdoding om het leven is gekomen, zeer persoonlijk gekend hebben. Het gedicht gaat deze avond om meer dan de romantische liefde; een liefdevolle blik kan ook ontstaan door de tijd te nemen om echt te kijken. Kunst leert ons met aandacht te kijken naar de wereld.

Na afloop van de avond zie ik verschuivende betekenissen, parallellen en paradoxen, als “zwart licht” zoals kunstcriticus Hazlitt Rembrandt’s werk typeerde. Een avond die zowel grappig, poëtisch en gruwelijk is, passend bij Zwagermans “liefde voor het krankzinnig en onweerstaanbaar komische van het menselijk leven,” zoals Jessica Durlacher hem karakteriseert.

Zwagerman schreef in zijn Van Foreestlezing dat hij door de literatuur had leren “dubbelzien”. Het label “Dubbelstad” is dus niet negatief, het biedt juist ruimte voor verbeelding: “Alkmaar is op een prettige manier exclusief. Iedereen zal op zijn manier de stad doorkruisen. Maar in mijn verbeelding is de stad definitief dubbelstad geworden.”

De Joost Zwagerman Lezing gaat ongetwijfeld bijdragen aan het culturele leven in Alkmaar. Het initiatief van Stedelijk Museum Alkmaar, Bibliotheek Kennemerwaard en TAQA Theater De Vest/ De Grote Kerk Alkmaar wordt bovendien ook ondersteund door de Gemeente Alkmaar en het A. Roland Holst Fonds uit Bergen. Het schrijversdorp en de dubbelstad komen nader tot elkaar.

De nieuwe traditie ademt een soort verzoening, een beantwoording van de kritische liefde die Zwagerman voor Alkmaar koesterde. Het zou de Lezing daarom sieren om bij de volgende editie aandacht te geven aan de huidige ervaren en opkomende schrijvers en dichters in Alkmaar. Zij kunnen ons leren Alkmaar dubbel te zien, zoals Zwagerman zelf deed.

Een stad die haar schrijvers eert en waarover de fictie als een tweede, derde, vierde laag heen dwarrelt als een warme mantel. Alkmaar zit vol poëzie, die er alleen maar om vraagt gezien te worden. Of zoals Schama aan het eind van het nagesprek uitroept: “We’re just getting started!”

Volg de Joost Zwageman Lezing op Facebook.

Geef een reactie