Langs de oevers van Alkmaar

Met het volgende verhaal won Nina Bakker de Shuffle Schrijfcontest van 2020.

Het was steenkoud en de snijdende wind gierde langs hem heen. Met zijn laarzen in de klei en zijn neus in zijn sjaal liep Harm door Alkmaar. Hij had er alleen heldenverhalen over gehoord: hoe Alkmaar werd bezet door de Spanjaarden en het volledig veranderde. Maar nooit hoorde hij dat het er vochtig, donker en mistig was en de geur van kaasfondue door elke straat walmde. Vanuit de huizen hoorde hij Spaanse en Nederlandse woorden door elkaar. Hij zakte steeds verder in de klei. Hij moest doorlopen.

Harm zocht zijn beste vriend, die op een dag plotseling was verdwenen. Het spoor leidde naar Alkmaar. Ze hadden nooit veel woorden nodig. Ze hoefden elkaar alleen aan te kijken en ‘gefeliciteerd hè’ te zeggen. En daarmee begrepen ze elkaar precies. De laatste keer dat Harm zijn vriend zag, stond hij als een bezetene te dansen in een bijna lege club, alsof het zijn laatste zou zijn. Harm vermoedde dat zijn vriend onrustig was. Nu weet hij het bijna zeker: hij wilde weg.

Ondanks dat Harm een wildvreemde in de stad was, werd hij aangesproken door nog vreemder volk dat hem de weg vroeg. “Waar het Waagplein is? Dan moet je onder de tunnel door, rechtsaf door het regenwoud en het hoekje om bij café De Hoek.” De voorbijgangers leken het nog te begrijpen ook. Harm grinnikte.

Moe van het geslenter besloot hij een café in te duiken. De vloer kraakte toen Harm naar binnenliep. Aan het plafond hingen honderden stropdassen. Er klonk een operazangeres uit een platenspeler. Een folderrek draaide piepend rond. Harm keek naar de flyers. ‘Bezoek NU: de kamelenraces in Daalmeer!’, ‘Bij elk pak kaasfondue: GRATIS doperwten met handtekening’, ‘Droom & Vreesman: de Vrije School mét trampolinelessen’, ‘Alkmaar Moerasstad: verhalen van getuigen.’

“Hola señor, je komt alleen kijken denk?!” Een vrouwtje achter een hoge bar keek op hem neer. “Een biertje alstublieft.” “No, wij serveren alleen zuurkool.” Hier had hij geen trek in én geen tijd voor. “Laat maar. Ik zoek een vriend van me.” Hij liet een foto zien. De vrouw zuchtte en liep een trap af om achter de bar vandaan te komen. “Nee, sorry. Niet gezien.” “Ok, dan ga ik weer.” “Kijk uit voor la chica con el vestido rosa!”, ‘vrouw met roze jurk’, vertaalde Harm in zijn hoofd, terwijl hij de deur achter zich dichttrok.

Hoe verder hij de stad in kwam, hoe benauwder hij het kreeg en hoe nieuwsgieriger hij werd. Hij liep langs lege etalages waar kale TL-buizen naar hem knipoogden en waar naakte paspoppen leken te dansen. Alles leek verlaten, maar de mensen díe er waren, waren zo dik ingepakt dat ze onherkenbaar waren.

Tussen de mist door zag Harm een gebouw opdoemen met ‘RINGERS’ op de voorgevel. Hij hoorde muziek. Er stond een deur op een kier, binnen was het donker. Hij liep de trap af, beneden stonden rijen vol lp’s. Harm was groot muziekliefhebber en hij voelde zich opgelucht. In een hoek stond een vriendelijk ogende oude man. “Gave plek dit!”, riep Harm boven de muziek uit. De man schuifelde naar achteren en haalde twee biertjes tevoorschijn. Hij gaf er een aan Harm en proostte. “Gefeliciteerd hè”, zei de oude man, en hij knipoogde.

Nog voordat Harm iets terug kon zeggen, voelde hij iets tegen zijn rug. “Draai je om”, fluisterde een stem in zijn oor. Voor hem stond een lange vrouw met een roze glitterjurk, een been vol tatoeages en een enorme zonnebril. In haar hand hield ze een pistool. “Ik weet niet wat jij hier komt doen, maar dit is geen plek voor jou mannetje.” Harm zweette. Niet alleen vanwege het wapen, maar ook omdat ze beeldschoon was. Hij herkende haar van het nieuws. Dit was de meest gezochte crimineel van Spanje. Ze had al eens een barman doodgeslagen en stond bekend als dé drugsbarones van Europa. En nu is ze hier, of all places. Ze kwam dichterbij. “Dit is míjn plek, ja? En het is meer dan een platenzaak. Het is mijn bedrijf, opslag, woning. Ze plukte aan zijn baard. Je kunt twee dingen doen: 1. De politie bellen, dan ben je dood. 2: wegrennen. Dan pakken de vuurwerkjongens je.” Ze bekeek hem van top tot teen. Harm kon niet nadenken. Vuurwerkjongens? Langzaam stapte hij naar achteren. Hij moest hier weg. Hij keek haar aan, het pistool was nog steeds op hem gericht. Ze knipperde met haar ogen, en op dat moment sprintte hij weg.

Hij rende het gebouw door: langs talloze kamers, een chocolatier, een kwekerij. Tot hij een enorme knal hoorde en op de grond viel. Zijn oor piepte en zijn hoofd bloedde. In de verte hoorde hij geschreeuw van kinderen. Weg hier. Rechts van hem zag hij een deur: verlossing! Moeizaam stond hij op en rende zo snel als hij kon naar buiten, steeds verder tot hij uitgeput bij het water uitkwam. Hij plofte neer op een bankje en viel in slaap.

Een meeuw schreeuwde hem wakker. “Lekker geslapen?” Een schipper keek hem doordringend aan. Harm kwam overeind, hij had knallende hoofdpijn. “Wat doe je hier jongen?” Harm kuchte, haalde de foto van zijn vriend tevoorschijn en gaf het aan de schipper. “Kent u hem?” De schipper bekeek de foto aandachtig. “Ja, die knul bouwde hier een boot. De schipper wees naar een lege aanlegplaats. “Hij wilde weg en is laatst vertrokken.”

Harm kon het niet geloven. Misschien kende hij zijn vriend minder goed dan hij dacht. De schipper zag de peinzende blik van Harm. “Hij is veilig weggevaren, hij zal het wel overleven.” De schipper knikte terwijl hij wegvoer. Harm keek hem na, tot hij bijna niet meer te zien was.

Uit zijn zak haalde hij een verfrommelde brief. Hij zag een lege fles in de prullenbak, pakte het en stopte de brief erin. Harm keek over het water. Achter hem hoorde hij de stad ontwaken. Zo ver als hij kon, gooide hij de fles het water in. Hij draaide zich om, terug naar de stad.



Lees ook de verhalen van de andere winnaars van de Shuffle Schrijfcontest 2020



Geef een reactie