Interview met kattenknuffelaar Nico

Het is drie uur ’s middags en Nico Cremer (66) zit op zijn knieën onder een kooi te loeren. “Poetje, kom er eens onder uit sufferd”. Poetje is één van de katten in het asiel van Stichting Zwerfdier, een gebouw gelegen aan de dijk bij Huiswaard. Elke dag van half twee tot vier uur ’s middags staan er vrijwilligers klaar om de katten te knuffelen. Nico is één van die vrijwilligers en vanmiddag ben ik op locatie om hem in actie te zien en alles te vragen over het werk als kattenknuffelaar.

Tekst: Myrthe de Boer

Het initiatief

Het initiatief van kattenknuffelaars ontstond medio 2009, toen Nico zich als vrijwilliger aanmeldde en opperde om zich bezig te houden met “iets anders dan schoonmaken, zoals kattenverzorging”. Hij was toentertijd nog fulltime in dienst bij verzekeringsmaatschappij Reaal en redde het qua tijd niet om schoon te maken. Dat vond de stichting-eigenaar Martha Kruyer prima, er was immers al een vrijwilliger die soortgelijk werk deed, en al gauw ging Nico aan de slag als tweede kattenknuffelaar. Inmiddels is hij gepensioneerd en drie keer per week te vinden in het asiel om katten te fotograferen, de tuin te onderhouden en de hem toegewezen katten te knuffelen. Overigens houdt het werk als kattenknuffelaar niet in dat je “continu aan de kat z’n kop zit te zeuren” vertelt hij. “De katten aaien is bijzaak, waar het echt om gaat is dat je in de kamer bent en met je aanwezigheid, je stem en je rust het vertrouwen van de kat opbouwt”.

Stichting Zwerfdier 1

Kamer 1

In Kamer 1 hangt een doordringende kattengeur, ondanks de deur die openstaat naar het buitenverblijf. Nico zit op de grond in Kamer 1 en maakt geluidjes om Poetje, Patje en de drie katten naar zich toe te lokken. Wanneer hij tegen ze praat verandert zijn stem. Hij draagt een geel t-shirt met een koala en ‘Australië’ erop. “Een krijgertje, ik ben er zelf niet geweest” vertelt hij. “Ik ga nooit op vakantie, dit is mijn vakantie. Het werkt ontspannend.” Hoewel hij er thuis maar drie heeft, rekent hij bijna alle asielkatten tot ‘zijn katten’. Hij is een groot dierenliefhebber en dat hij als vrijwilliger in het kattenasiel terecht is gekomen, was per toeval. “Ik had net zo goed in een egel- of vogelopvang kunnen belanden”. Als één van de katten naar buiten rent, gaat hij er rustig achter aan. De kat zit op één van de gesponsorde plankjes, wachtend om geaaid te worden. Als Nico haar begint te aaien, schiet haar kontje omhoog van plezier. “Ze is wat schuw, maar aaibaar.” Dit is de eerste keer dat ze buiten wordt geaaid.

Stichting Zwerfdier 2
Nico voert de katten buiten

Dankzij het initiatief van kattenknuffelaars zijn de katten gesocialiseerd en sneller klaar om terug de ‘maatschappij’ in te gaan, vertelt Nico. Waar het voorheen wel twee jaar kon duren voordat de kat klaar was om naar een nieuw baasje te gaan, is dat nu vaak al binnen drie maanden. Mits er ook daadwerkelijk een baasje wordt gevonden en de kat zich weet aan te passen. Lukt dat niet, dan zijn er andere opties: een boerderij, het adoptieverblijf van het asiel of een particulier met een grote tuin.

Toch is het werk als kattenknuffelaar niet altijd even makkelijk, vertelt de kattenknuffelaar. Zo heeft Kamer 1, de kamer waar hij altijd de katten verzorgt, het hoogste sterftecijfer van het hele asiel. Dat is weleens lastig, want het komt soms voor dat een kat ingeslapen moet worden als er geen redden meer aan is. “Ik wil er dan niet bij zijn”.

Stichting Zwerfdier

Het asiel telt momenteel zo’n 42 katten en is onderdeel van Stichting Zwerfdier. Het gebouw is in twee delen gesplitst; rechts zit het pension waar katten van vakantiegangers terecht kunnen en links is het afgesloten gedeelte van het asiel. Zelfs de luchttoevoer en afvoer tussen de delen is afgesloten, om te voorkomen dat eventuele ziektes van binnengebrachte zwerfkatten zich naar het pension kunnen verspreiden. Tevens hangt er een tropische warmte, aangenaam voor de katten. De stichting onderscheidt zich van andere asielen door de grote buitenverblijven en tuin. Ook professionaliteit, schoonheid en steriliteit staan hoog in het vaandel bij de stichting; alles oogt spik en span. “We zijn een zelfstandig asiel maar we worden erkend door de dierenbescherming en staan onder toezicht, dus het is belangrijk dat het schoon is”, aldus Nico. “Maar anders zouden we het als vrijwilligers ook niet aan kunnen zien hoor”. De liefde voor de katten wordt door het onderhouden van een schone leefomgeving dubbel bevestigd.

De stichting wordt sinds 1997 grotendeels gefinancierd door giften, het adoptieplan, Gemeente Alkmaar en grote erfenissen. “De erfenissen komen van mensen die katten financieel hebben geadopteerd en hebben gezien hoe het hier in z’n werk gaat. Mensen dragen de katten een warm hart toe en besluiten hun erfenis aan ons te doneren”. En zo wordt het werk en de liefde voor de katten voortgezet.

Geef een reactie