Een verhaal over hoe je zwakte in kracht omzet

Ik interview Erik-Jan. Erik-Jan, zo’n naam geef je aan een kind dat je serieus neemt. Over de naam is nagedacht en het is met liefde gegeven. Door een vader met een bipolaire stoornis, PTSS en een alcoholprobleem. En een moeder met schizofrenie. Daar moest E-J, want zo wordt hij genoemd, het mee doen. E-J is een KOPP-kind. Kind van Ouders met Psychiatrische Problemen. Ik ben hier dus onwijs nieuwsgierig naar. Lees je mee?

Geschreven door: Ema Najetovic

E-J en ik bij mij thuis tijdens de nabespreking van het interview. Foto: Rick Akkerman

”Of hij, of ik belandde in het ziekenhuis.” E-J over de ruzies met zijn vader.

Zelluf doen

Daar waar een jong kleutertje demonstratief alles zelf wíl doen, móest E-J dit wel. Gedurende zijn kindertijd was hij op zichzelf aangewezen. De gouden regel van ‘rust, reinheid en regelmaat’ ging niet op en hij zorgde soms voor zijn ouders in plaats van andersom. 

Ik ben benieuwd naar wat dit met een jong volwassene doet. Wat gebeurt er met je als je in die afhankelijke fase niet krijgt wat je verdient en nodig hebt? Ontwikkel je een zelfbeeld waarin je gelooft dat je het niet waard bent? Denk je dat alles jouw schuld is? E-J, vertel!

‘’Vanaf mijn zesde begon ik door te krijgen dat mijn gezin anders was, dat het niet normaal was dat ik mijn vader moest helpen de trap op te komen en uit te kleden nadat hij weer eens dronken thuiskwam. Ik groeide grenzeloos en grillig op, er werd weinig opgemerkt. De ene dag mocht alles en de andere dag mocht weer niks. Ik was verdrietig, boos, had inmiddels een laag zelfbeeld ontwikkeld en wist dondersgoed hoe ik moest manipuleren om mijn zin te krijgen. Al vroeg ontstonden ruzies tussen mijn ouders en mij, maar rond mijn achtste begon de escalatie. Mijn vader raakte de controle over mij kwijt. Het was thuis verschrikkelijk. Rond mijn twaalfde kreeg ik een groeispurt en werden onze ruzies onhoudbaar. Of hij, of ik belandde in het ziekenhuis. Met als resultaat dat ik uiteindelijk het huis uit moest en bij mijn tante ging wonen.’’ 

De pijn in mijn hoofd werd zo zwaar omdat ik dacht dat alles wat ik aanraakte of waar ik close mee werd fout ging, ongelukkig zou word of dood zou gaan. 

E-J. Foto: Rick Akkerman

Vervreemding & verdoving

E-J zijn grote reis van eenzaamheid, onbegrip en ontheemding begon. Van zijn tantes huis naar een crisisopvang, open afdeling, gesloten afdeling, pleeggezin; hij heeft de nodige regimes van binnenuit meegemaakt. Hij voelde zich weggezet als een ‘probleemkind’ in plaats van een kind met problemen. Echt lyrisch over de zorg is hij niet. Jawel, enkele begeleiders wisten hem te helpen met wat hij echt nodig had: veiligheid en handvatten om zichzelf te accepteren, beter te maken en op een gezonde manier van zijn ouders los te komen.

In de pubertijd kwam E-J in aanraking met mensen die drugs gebruikten. Er was niet veel nodig om drugs als een oplossing voor zijn problemen te zien. Hij ging excessief gebruiken én automutileren. De pijn die hij zichzelf aanbracht was controleerbaar en verklaarbaar; die kon hij managen. Op de havo stortte hij in. ‘Out’ gegaan van de drugs en mega depressief ging hij afkicken in Heerhugowaard.

‘’Nadat ik weg moest bij mijn tante ging ik naar een crisisplek. Ik viel in een depressief gat. Het was ver van mijn woonplaats, school en mijn vrienden. Ik had niemand meer en voelde me erg alleen. De band tussen mij en mijn ouders was nog steeds erg slecht. Toen kreeg ik een belletje dat als het een jaar lang goed ging, ik bij mijn beste vriend en zijn ouders mocht wonen. Dat gebeurde en het ging goed. Ik voelde me er thuis. Het was de stabiele en rustige plek die ik nodig had. Mijn cijfers op de havo waren goed, maar na twee jaar kreeg mijn pleegmoeder terminale botkanker. Ik trok dat niet. Ik werd heel depressief en ging daardoor steeds meer drugs gebruiken. Op een gegeven moment hebben de leraren 112 moeten bellen. Een dag later werd ik wakker in een ziekenhuisbed. Mijn pleegouders konden mijn problemen er op dat moment niet bij hebben en ik moest naar een detox in Heerhugowaard. Hier zou ik in twaalf weken afkicken door veel te praten, muziek te maken en therapie te volgen. Na tien weken sloten ze de deuren. Er kwam een nieuw beleid en ik kon naar een open groep. Dat deed ik, maar dat was niet slim. Ik begon weer drugs te gebruiken. Ik ging van groep naar groep. Mijn pleegmoeder overleed, wat een grote klap voor mij was. De pijn in mijn hoofd werd zwaar omdat ik dacht dat alles wat ik aanraakte, alles waar ik close mee werd, fout ging, ongelukkig werd of dood zou gaan. Dit was natuurlijk niet zo, maar op dat moment kon ik niet logisch redeneren. Mijn hoofd werd een orkaan en ik kon maar aan één ding denken: de dood. Het was de stilte in de dood die ik nodig had. De rust. Dit gevoel werd zo erg dat ik op een gesloten afdeling werd geplaatst, bij Transferium.’’

Ik wil jongeren die hetzelfde of iets soortgelijks meemaken helpen. E-J

Opwaartse spiraal
Met een verschrikkelijk negatief zelfbeeld, intense woede en een ‘fuck you’-attitude ging E-J verder. Hij was niet in staat constructieve stappen te zetten, zich kwetsbaar op te stellen en om hulp te vragen. Ervan overtuigd dat hij de bron van al het kwaad was en het niet waard was om adequaat geholpen te worden. Dat gebeurt blijkbaar als je niet het juiste krijgt als basis en je vervolgens van hot naar her wordt versleept. Toen E-J bij Transferium belandde was hij 17 jaar, begeleid wonen ging hij op zijn achttiende. Inmiddels is hij 21 jaar en ik weet dat het nu goed met hem gaat. Watskebeurt?

‘’Met een goed gevoel vertrok ik bij Transferium. Ik mocht begeleid wonen en ik zou een koksopleiding gaan volgen. Er was zicht op rust, de geruststelling van hulp in de buurt en er was weer toekomstperspectief. Op dat moment leek kok worden juist. Helaas werd dit het toch niet voor mij. De druk was te groot en eigenlijk kon ik mijn passie er niet echt in kwijt. Ik kreeg een terugval en ik hing weer met mensen om waar ik niet blij van werd. Uiteindelijk kwam ik via een re-integratietraject bij STRAATGELUID uit en daar mocht ik dagbesteding volgen. Inmiddels ben ik daar fulltime begeleider en is STRAATGELUID de plek waar ik mij thuis voel. Het is mijn houvast en ik kan mijn drijfveren er in kwijt. Ik wil jongeren die hetzelfde of iets soortgelijks meemaken als ik heb meegemaakt helpen. Onlangs heb ik een 21+ toets gedaan en ik zit nu in het eerste jaar van de opleiding Social Work. Wie had dat gedacht? Ik ben ervan overtuigd een goede hulpverlener te worden, omdat ik uit mijn eigen ervaring kan putten. Ik ben trots op mijn eigen rijkje midden in het centrum van Alkmaar. Niemand, maar dan ook niemand mag mijn rust nog komen verstoren.’’

Geef een reactie