De dinsdag dip

 Dinsdag. Het is 13.42 uur. Ik zit in de trein. Ik ben onderweg naar mijn werk. Eigenlijk had ik er om 11.42 uur al moeten zijn, maar ik had mij verslapen. Verslapen is misschien niet het juiste woord. Ik was wel wakker, maar ik wilde mijn bed niet uit. Eigenlijk wilde ik mijn bed ook wel uit, want ik voelde me behoorlijk kut. Ik weet het niet. Terwijl ik uit het raam staar, voel ik een stroompje zweet van mijn nek naar mijn onderrug lopen. Mijn overhemd plakt tegen mijn lijf. Ik voel me vies. Met mijn hand probeer ik de schade te voelen. Ik probeer het zweet weg te wrijven. Ze kijkt naar me. Ze kijkt me aan. De vrouw tegenover me kijkt me aan. Ik durf geen oogcontact te maken, wat wil ze van me? De hele treincoupé kijkt naar mij. Is dat wel zo? Of denk ik dat? Ik krijg het benauwd. Mijn telefoon begint te trillen. Ook dat nog. Het is mijn baas: “Waar blijf je?”

Ook dat gezeik nog. Was ik maar in bed gebleven.

Eindelijk komt de trein aan en kan ik uitstappen. Ik wurm me door hordes mensen om mijn overstap te halen. Iedereen loopt in de weg. Niks zit mee. Wat een kutdag. Zaterdag was gelukkig een stuk beter, maar was het het waard?

Zaterdag. Zaterdagavond, eigenlijk. We stappen de taxi uit. Met zijn vieren lopen we richting de ingang. We zien de portier al staan. Ik ben niet nerveus. Vriend X wel. Het is zijn beurt om de pillen (oké, en een beetje coke) mee naar binnen te nemen. Alles gaat goed, en na het gedoe met de garderobe, muntjes halen, potje maken, drankjes halen, staan we eindelijk op de dansvloer. Het is donker genoeg om discreet het eerste halfje xtc naar binnen te gooien en weg te spoelen met een stevige slok bier.

Vijf minuten. Tien minuten. Twintig minuten! Tintelingen over mijn rug. Ik kijk mijn vrienden aan. Ze glimlachen naar me, terwijl ze dansen op de muziek. Die fucking goed klinkt trouwens!

De tijd vliegt. We knuffelen elkaar, we zijn vrienden voor het leven. Iedereen is onze vriend eigenlijk. Ik bestel een biertje en ik geef het meisje achter de bar een knuffel. Ze moet lachen, volgens mij weet ze dat we wat genomen hebben. Boeiend. We nemen nog een halfje, want de pillen beginnen iets uit te werken. Vriend Y en ik nemen nog een paar puntjes coke, maar dat is het ook niet echt. We worden wat actiever, maar de euforie is weg. Ineens is daar de euforie weer, het tweede halfje begint te werken.

We gaan de dansvloer weer op. We dansen, maar het is niet meer zoals het begin van de avond. Ik denk dat we met het tweede halfje onze hand hebben overspeeld. Ik zie niet meer helder. Vriend X drinkt een flesje water leeg om het vervolgens weer uit te kotsen (dat trucje herhaalt hij nog een paar keer), Vriend Y gaat eigenlijk wel lekker, maar die heeft zijn handen vol aan vriend Z, die overal statafels en mensen op ligfietsen ziet die er niet zijn. Het is een mooi moment om de avond af te sluiten en naar huis te gaan.

Zondag. Ik voel me prima. Ik ga nog steeds lekker op muziek die ik hoor. Ik moet wat halen in de stad. Zelfs de muziek die in een willekeurige winkel speelt, klinkt een beetje fijn.

Maandag. Ik moet werken. Het is kut, maar niet veel kutter dan normaal.

Dinsdag. Ik heb geen zin om te werken. Ik sta voor de deur. Ik draai me om, en ik ga weer terug naar huis. Ik bel mijn baas later wel. Ik voel me kut. Ik heb geen zin. Nergens in. Ik stop met dat verhaal. Ik heb de dinsdagdip, een zware. Wil je meer informatie over de dinsdagdip en waarom het zo ongelooflijk zuigt, kijk dan op JELLINEK voor meer info. Ik ga mijn bed weer in.

Geef een reactie